Posts tonen met het label ict en didactiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ict en didactiek. Alle posts tonen

maandag 16 november 2015

KNAGdag 2015

Afgelopen vrijdag de 13e m'n interactieve presentatie gedaan over de didactische meerwaarde en inzet van het digitale schoolbord bij het aardrijkskundeonderwijs op de KNAGdag, welke als thema 'Toekomst' had. De onderwijsdag voor leraren aardrijkskunde werd gehouden in theater Cinemec in Ede. Samen met twee collega's aardrijkskunde van het Ashram College ben ik afgereisd naar Ede om m'n presentatie te houden. Er waren ruim 800 aardrijkundedocenten, waaronder een aantal oude bekenden en zelfs m'n eigen oud-leraar van de lerarenopleiding: Jaap van Eekeren.

Aan het werkbord: De SMART kapp iQ.

Vanwege de grote hoeveelheid aanmeldingen, mocht ik in de grote zaal m'n ding doen. Ik had zelf gezorgd via Techdata dat er een SMART Board 6065 (kapp iQ) in de zaal aanwezig was, want als ik wilde laten zien wat ik didactisch doe met dat digitale schoolbord in mijn SMART Collaborative Classroom, dan moet ik natuurlijk wel de touchgevoeligheid van het scherm kunnen laten zien. M'n focus lag op drie zaken. Het digitale schoolbord als:

  1. Teachershub, waar ik allerlei content van de leerlingen kan verzamelen en laten zien aan de klas. Niet per sé digibord software voor nodig, omdat een verzameling van tweets of Instagram posts ook met een beamer kan, maar zodra SMART Notebook LAB aan bod kwam werd het interessanter en leuker. Leerlingen kunnen hun bijdrage (tekst en/of afbeeldingen) dan in de SMART Notebookles plaatsen. Echt gaaf. De creativiteit van de docent bepaalt ook hier weer hoe dat didactisch weg te zetten ...
  2. Een SMART Board (of ander gerenommeerd merk digibord) is in principe een werkbord. Voor leerlingen en veel minder bedoelt als presentatiescherm. (Wat dus wel vaak de praktijk is). Dat kan dus m.b.v. de aanraakgevoeligheid - de beperking is dat niet de gehele klas dat tegelijkertijd kan doen of in een BYOD omgeving kan elke smartphone, tablet of laptop een bijdrage leveren.
  3. Omdat het een aardrijkskundeconferentie is heb ik ook een pleidooi gehouden voor Global Collaboration en laten zien hoe ik dat in mijn lessen doe. Enthousiasme. Leuk.

Na wat over de onderwijsmarkt te hebben gelopen (en bij de BuiteNLand-stand een Google Cardboard gescoord en wist je dat Greenpeace heel leuk en gratis lesmateriaal aanbiedt?) heb ik zelf ook nog een workshop gevolgd over het gebruik van Lego in de aardrijkskundeles door Falco Zwinkels. En dat was superleuk! Werken met Lego is een superleuke manier om leerlingen te leren goed te kijken om vervolgens zelf bijvoorbeeld een geografisch begrip of proces uit te beelden m.b.v. Lego blokjes. Ga ik ook een keer oefenen.

Deze KNAGdag was zeer geslaagd en met een koffer vol nieuwe ideeën en contacten ging ik weer naar huis.



SMART Exchange: database van digibordlessen voor het SMART Board.
Google+ community voor Global Collaboration.
Lego Education over het gebruik van Lego in het onderwijs.

zondag 2 februari 2014

Open huis

Één keer per jaar is het open huis bij ons op school en dan presenteren alle secties zich en laten zich van hun mooiste kant zien. Vooraf aan de vrijdagavond en zaterdagochtend open huis is er op donderdagavond een informatieavond voor ouders van groep achtleerlingen, waar in drie rondes in de aula de groepen ouders worden toegesproken door de directrice over het onderwijs op het Ashram College. Dit jaar was ook ik gevraagd om ook iets te vertellen over 'eigentijds onderwijs' in de aula op donderdagavond. De presentatie kun je hieronder bekijken.


De SMART Collaborative Classroom maakte ook deel uit van het open huis en gedurende twee dagen heb ik de ouders en leerlingen kennis laten maken met het door SMART Technologies gesponsorde lokaal en de meerwaarde van het gebruik van onderwijstechnologie. Veel bekijks in het lokaal en leerlingen konden t-shirts en pennen winnen.

zondag 1 december 2013

Google Chromebook

Via de website van Onderwijs ICT-nieuws heb ik een leuke gadget aangevraagd. In ruil daarvoor moest er een recensie geschreven worden over die gadget. De gadget die ik heb aangevraagd is een Samsung Chromebook en die heb ik gekregen. Hoe tof! Ik heb de laptop voor Lesley van Houten uit mijn mentorklas 4Ma aangevraagd, omdat ik het tof zou vinden als hij de komende twee jaar hier op school met een lichtere laptop zou kunnen werken. Lichter omdat de huidige laptop van Lesley behoorlijk veel zwaarder is dan de Samsung Chromebook van 1,1 kilo(!) en dat gezien zijn beperkingen wellicht beter voor hem zou zijn. Het feit dat Lesley het lichamelijk en motorisch minder makkelijk heeft dan de andere leerlingen uit 4Ma en het mogelijke feit dat door dit apparaat het hem iets makkelijker af zal gaan op school is de Samsung Cromebook voor Lesley een kado. Samen met Lesley ga ik dit apparaat de komende maand gebruiken en kijken hoe waardevol dit ding is bij het gebruik op school en in de les.

Lesley heeft veel fysieke klachten en maakt daarom ook gebruik van een speciale stoel, die hij van lokaal naar lokaal moet meenemen tijdens de leswisselingen. Zijn handicap betekent ook dat hij niet kan tillen en dus geen boekentas heeft, maar een laptop mee moet nemen naar elke les, met daarop ingescande versies van alle werk- en lesboeken. Die laptop is een wat ouder model en ook erg zwaar. Nu zou deze Samsung Chromebook met z’n 1,1 kilogram een heel stuk makkelijker zijn voor Lesely en voor hem makkelijker te tillen. Lesley was aangenaam verrast en ging serieus met de nieuwe laptop aan de slag in de les. Ook heeft hij een week stage gelopen bij het systeembeheer van onze school en heeft hij samen met de technici van systeembeheer met het apparaat gewerkt en dit allemaal verwerkt in z’n recensie. Zelf heb ik er ook even mee mogen spelen en ik was natuurlijk erg benieuwd. Opgegroeid met Dos en daarna Windows, drie jaar geleden overgestapt op Mac OS en nu aan de slag met een Google apparaat. Zelfs als Apple Distinguished Educator moet ik zeggen dat ik erg enthousiast ben over de Chromebook. Het is een prima apparaat om een klassenset van te hebben. Er staan nl. geen persoonlijke bestanden op de machine en leerlingen kunnen ook niks installeren, dus feitelijk kan er niks mis gaan. Bij het aanmelden moet je inloggen met je Google-account en met een seconde of vijf heb je de beschikking over je eigen documenten in je Google Drive (Google Presentation, Google Docs etc.), e-mail in Gmail, ben je ingelogd op je eigen YouTube-account, Flickr-account, Blogger-account en alle andere online Google-dingen. En als je klaar bent, uitlogt en iemand anders logt weer in heeft die persoon meteen de beschikking over al zijn of haar Google-dingen. Fantastisch! En dat allemaal binnen 10 seconden.

Het niet kunnen of hoeven installeren van software en/of drivers op het apparaat heeft natuurlijk ook nadelen. Via Google Apps of ‘de winkel’ kun je alleen Google applicaties installeren op de computer. Helaas is deze winkel nog lang niet voldoende lijkt mij zo. Zo is bijvoorbeeld software van derden niet te installeren zoals Skype en dat vind ik maar niks. Als het totaalpakket van Google nou zo compleet was als dat mijn ervaring is met bijvoorbeeld Mac OS, dan hoorde je me niet klagen, maar de machine kan dus voor veel doeleinden niet gebruikt worden, simpelweg omdat ze software van derden niet accepeteren. Skype (van Microsoft) is toch ook te installeren op een Apple computer en dat bijt elkaar ook niet. Video-conferencing via Google hangouts is nl. niet de oplossing daar de hele wereld al een Skype account heeft. Overstappen doet men niet zomaar. Vreemd vind ik dat ook eigen software zoals Google Earth niet beschikbaar is in ‘de winkel’, terwijl ik als docent (en leerling?) dat graag zou inzetten en gebruiken bij mijn aardrijkskundelessen. Misschien omdat dit concept nog vrij jong is, dat de winkel nog niet helemaal gevuld is en staat het installeren van alle(!) Google applicaties en software van derden nog op de zgn. roadmap van Google. Positief is dat zodra je ingelogd bent, niet alleen documenten in Google Drive beschikbaar zijn, maar ook de bestanden in je Dropbox en Skydrive zijn bereikbaar en gelinkt aan diverse Google Applicaties.

Als SMART Certified Trainer en SMART Exemplary Educator ben ik minder enthousiast over de Chromebook, omdat de software waar ik veelvuldig gebruik van maak dus ook niet te installeren is op deze computer. De Chromebook heb ik ook even aan het SMART Board gehangen en dat werkt natuurlijk niet, omdat er ook geen drivers (om gebruik te kunnen maken van de aanraakgevoeligheid van het bord te kunnen gebruiken) geïnstalleerd kunnen worden. Wel kan de webbased variant van SMART Notebook: Notebook for Web gebrukt worden om interactieve lessen te laten zien en te gebruiken. De interactiviteit is echter wel verdwenen, omdat zowel het scherm van de Chromebook als het SMART Board geen aanraakgevoeligheid herkennen. De video uitgang gaat via een HDMI- poort en het geluid van de Chromebook gaat via USB naar het SMART Board. Ook kan gebruik gemaakt worden van de line-out (mini-jack) uitgang om geluid via een extern paar geluidssprekers af te spelen. Het geluid wat door de Chromebook wordt geproduceerd en via het SMART Board wordt afgespeeld (bijvoorbeeld een YouTube-filmpje) is overigens prima.

donderdag 28 februari 2013

Learn Live Session - Social Media

As a follow up of my presentation at BETT 2013 I was asked by NAACE, an educational IT organisation in the UK if I could write an article about the use of social media in my curriculum to inspire other teachers in the UK (and around the globe). Due to the fact that my article is for members of Naace only, I'm posting it also here on my blog. Enjoy.


SMART Exemplary Educator Boris Berlijn has been teaching geography since 1998 in secondary education in the Netherlands. He currently teaches at a SMART Showcase School called Ashram College in Alphen aan den Rijn. He also received a SMART Certified Trainer license in 2008 and is currently completing the SMART Certified Lesson Developer course.
In 2011, Berlijn became an Apple Distinguished Educator (ADE) and attended the ADE institute in London. In the summer of 2011, he was also invited to attend the third annual North American SEE Summit in Calgary, Canada and he was also attending the first annual EMEA SEE Summit as a peer mentor in Hamburg, Germany in the summer of 2012. He presented about the use of social media in the curriculum at the EMEA SEE Summit in Hamburg, Germany and at BETT 2013 in London, UK. Boris is also co-writer of book 2.0-webtools and social media (in education) and has created this book (and iPad app) with 200 other co-writers.

Boris Berlijn presenting at BETT 2013

Besides the fact that Twitter, Facebook and Google+ are being used as professional networks by Boris to get in touch with and collaborate with teachers from around the world, Boris tends to use a lot of web 2.0-tools and especially social media in the geography curriculum at his school. Social media and internet is part of the curriculum now. The presentation at BETT 2013 discussed how to be creative using tools other than the usual text books that we are so used to using in the classroom. There are other, up-to-date ways to get to that same goal, while also engaging students more than ever, such as social media in- and outside the classroom.

At the Ashram College they were interested in using social media during the students’ intern. The school and teachers wanted to know if the students would gain more during intern when working in Facebook groups. Both the students and teachers experienced that. Small amounts of information in a short time schedule is a nice way to work with students. They did get instant feedback from the teachers and their peers and they had the opportunity to like and comment on others' posts and could get inspired by others, while  reading their daily reports and looking at the pictures they took at their work during intern.

Working in Facebook groups with students to share and collaborate content could be used in regular subjects as well. For example in geography, where students go outside in small groups and take stills from anything matching the subject. They need to share the photos they took on Facebook in an album and set the privacy settings to public, to make sure that whilst not being a friend, everybody can see and comment on the photo’s in the album. Students as a group and not individually, because there might be students whose parents won’t allow their children on Facebook and that should not withhold the students from good grades. As for the short films the students have created about their own city, such as the #urban100, an assignment about mapping their own environment in 100 stills compiled in a short stop-motion video, should be shared on YouTube and Twitter.
Students using mobile devices and social media on a field trip

For different types of groups and goals Boris has been using different Twitter accounts for the past two years. As a geography teacher one for the lower classes (@ashram_boris) and one for the exams class (@4vmbo_ak) and one especially as a mentor for his own class and their parents (@Boris_3Mb). His students need to follow either one of these proffesional accounts to gain access to information they need. Besides providing tips and tricks concerning their exams Boris also askes questions about the curriculum of the exams program to his students and if answered right they can earn extra points, which they can add to their tests throughout the school year.

If they have closed Twitter accounts, nobody can see their tweets, including Boris, so they will have to set their tweets to public, otherwise they cannot collaborate with the teacher or contribute to the curriculum. Boris finds this especially interesting, because when they are on a field trip the students are far more eager to earn those extra points and will tweet a lot about the topic of that day using the correct hashtag. And as you may have guessed: some are enthusiastic, some are not.

In 2010 Boris and his colleague Barbara Schelberg were worried about the digital footprint of their teenagers and would like to give their students some insight in this matter, because when looking at the things teenagers post in public on the internet, teenagers are less aware of their digital footprint. At secondary education school where Boris works, the students in the first and second class get to choose their subject within certain boundaries (besides the standard subjects such as English, math etc.). If they choose ‘mondo’ (everything concerning global Citizenship) their curriculum is filled with the use of social media. Boris has created the curriculum with this collegue of his, and it contains a wide variety things about social media. For instance, they will have to create a short video (66 sec.) about themselves connected to the internet and at the end of the school year the input of the students is very important in the protocol about the use of mobile devices and the use of social media. They will learn to work with social media and other web 2.0-tools. They will learn how to google and create content online. He thinks it’s really nice, but Boris is just reaching a small group of students. The curriculum of this subject is not available for every class in school.
Boris presenting at SMART Summit

Next, Boris Berlijn is searching for a way to further integrate his contacts from abroad into the curriculum. He’ll be starting with his SMART friends from abroad (Novosibirsk in Russia, Chicago in Illinois and Istanbul in Turkey). At this moment one of his classes is collaborating with SEEs (and their pupils) from the United States. The students have made contact with very special people who really try to make the difference for his students. The students use e-mail, Skype and Facebook to get in touch with students in classes run by American SEEs and they really like this way of gaining information for their assessments.

Boris does not follow any of his students on Twitter nor is he friends with them on Facebook. Besides the fact that it’s not ok to be ‘friends’ for a teacher with his students -  concerning the informational boundaries to get that close and personal - the information stream on the social media platforms is way too much to follow through and 99% of the time very uninteresting. Boris’ students will have to follow him on the special created Twitter accounts or specially created Facebook groups to get in touch with him and the curriculum whilst he doesn’t need to be ‘friends’ or privatly connected with his students.
Boris tips that if you want to use social media, you should get in touch with the parents and and see how they feel. They do have an opinion and together teachers and parents get learn from eachother to improve the social media skills of the teenagers.

Download the workshop and ideas of social media in the classroom contributed by BETT 2013 attendees here. Download my presentation from the SMART Exchange here.

dinsdag 15 januari 2013

Docentendag aardrijkskunde - 1931


Het door Malmberg georganiseerde docentencongres voor leraren aardrijkskunde is in congresgebouw 1931 in 's Hertogenbosch. Mijn motivatie lag primair bij de door Adjiedj Bakas verzorgde keynote en de presentatie van Remco Bron over het gebruik van een 'mobile device' in de les bij aardrijkskunde. Adjiedj heb ik al eerder gezien op een ict-conferentie in 2009 en was onder de indruk van zijn visie op de veranderende wereld om ons heen en de rol van technologie bij de globalisering. Remco Bron heb ik ook al eerder gezien tijdens de presentatie van BoekTweePuntNul, waar hij z'n voorliefde voor gadgets en appjes al deelde. Nu zou hij die passie focussen op aardrijkskunde en ik wilde wel weer geïnspireerd worden. Naast de praktische toepassing in mijn eigen lessen, vind ik het ook leuk om dit te delen met anderen op mijn eigen school - het Ashram College - waar we ons natuurlijk ook aan het voorbereiden zijn op het leren in de 21e eeuw en de veranderende leermiddelen. 
Samen met collega Peter Doppen, die ook in de werkgroep leermiddelen zit net als ik, naar Den Bosch met de trein. Door de hevige sneeuwval van de afgelopen maandag, zijn er veel wissels bevroren en bovenleidingen gebroken, met als gevolg dat er veel treinen niet of nauwelijks rijden. Uiteindelijk bereiken we 1931 net op tijd om Adjiedj Bakas de aftrap te zien geven op dit veelbelovende congres.

Adjiedj is een echte optimist en ziet de toekomst lachend tegemoet. Dit in tegenstelling tot zijn sparringspartner Rob Creemers, die ik eerder zag en erg zwartgallig is over de toekomstgesteldheid van onze natuurlijke hulpbronnen, economie, oorlogen, epidemieën en andere ellende. De waarheid zal wel ergens in het midden liggen ... 
Adjiedj focust op de globalisering en de rol van de gewone burger. Er zal een soort burgerwetenschap ontstaan door het juiste gebruik van de web 2.0-tools. Hij voorspelt dat de komende 50 jaar meer zal veranderen dan de afgelopen 30.000 jaar en meent dat de hoeveelheid informatie die onze grootouders moesten verwerken in hun hele leven gelijk is aan de informatie die nu in drie maanden gepubliceerd wordt door de Volkskrant. Dat vraagt nogal wat verwerkingstijd van onze hersenen èn van die van onze leerlingen. Abbas geeft aan dat onze huidige globalisering zal veranderen in slowbalisering. Langzamer en duurzamer om van de zgn. schildpadkapitalisme via erectiekapitalisme op biokapitalisme over te gaan, waarbij we gebruik gaan maken van een  innovatieve, maar duurzame manier van leven. Aldus Abbas. Ik help het hem hopen.

Rob Creemers en Adjiedj Bakas

De eerste sessie was van Remco Bron over het gebruik van nieuwe media in de aardrijkskundeles. Ik verwacht niet heel veel nieuws, maar vind het erg leuk om iemand met passie over dit onderwerp te horen en zien praten. En stiekem hoop ik nog wat mee te pikken. 
En wat denk je? Na een paar bekende en door mij gebruikte tools, deelt Remco hele leuke voor mij onbekende tools en gezien de snelheid van zijn presentatie ben ik erg blij dat  presentatie van Remco gedeeld wordt en hoef ik dus weinig tot niks te noteren. Tijd om te twitteren is er ook niet. Kijk hier voor de presentatie van Remco Bron op slideshare.



De tweede sessie door Eurofysica ging over Labquests en het gebruik van meetapparatuur in de aardrijkskundeles. Weinig vernieuwend, heel duur en erg 1.0. Kon me dus niet echt boeien. Het enige leuke aspect is het feit dat leerlingen hun eigen onderzoek kunnen doen en zelf verschillende zaken in de omgeving kunnen meten. Ik vond de aanwezigheid van een commerciële partij op dit congres eigenlijk ook niet echt passen.

De derde sessie was van Wilem Korevaar, de manager van de online aardrijkskunde community en leraar aardrijkskunde op de Daltonschool in Voorburg. De presentatie ging over het gebruik en toepassingen van de mobiele telefoon bij het vak aardrijkskunde. De zgn. smartphone kent afhankelijk van het OS vele apps, die ook toepasbaar zijn in de aardrijkskundeles. Zaken als online toetsen, augmented reality en het gebruik van QR-codes kwamen aan bod. Voor mij weinig nieuws, maar wel leuk. Vooral de dialoog die aan het eind van de sessie ontstond over de regels en valkuilen die komen kijken bij het gebruik van de mobiele telefoon in de klas. De presentatie van Willem Korevaar kun je hier bekijken.

Dan is het al bijna het einde van de dag en ik twijfel of ik naar de laatste plenaire sessie van Daniel Raven-Ellison ga over Guerrilla Geography, omdat we ook nog terug moeten naar huis door de sneeuw. Gelukkig kiezen we ervoor om te blijven en door de presentatie van Daniel heeft mijn veranderde kijk op het (aardrijkskunde)onderwijs een naam gekregen: #GuerrillaGeography. De alternatieve en eigen manier van kijken naar de wereld met leerlingen en hoe dit in kaart te brengen, spreekt me erg aan en ik besluit me ook bij deze guerrillabeweging aan te sluiten (whatever that means). Naast praten over onderwijs met mijn collega Peter Doppen, waar nu eindelijk tijd voor was, was de inspirerende presentatie van Daniel ongetwijfeld het beste wat de dag van vandaag heeft gebracht. Ik wil gauw naar school en dit met mijn leerlingen delen ... Om in de woorden van Churandy Martina te spreken: "ik ben blij!".

Daniel Raven-Ellison

Storify van de docentendag aardrijkskunde: #akcongres

maandag 19 november 2012

Foto-opdracht 2.0


Klas 2Ha de eigen omgeving laten bekijken met hun fototoestel of digitale camera van hun mobiele telefoon. De afgelopen periode hebben we het bij aardrijkskunde gehad over duurzaamheid, ecologische voetafdruk etc. en nu moeten de leerlingen proberen om deze begrippen in een foto te vangen. Ze moesten een fotoserie maken van 5 foto's, waarvan één close-up en deze foto's delen via een aangemaakt album op Facebook. Een eis om in groepjes van twee samen te werken is dus dat er minstens één persoon een Facebook-account heeft. De door de leerling aangemaakte albums moeten openbaar worden en vervolgens kunnen die gedeeld worden met mij d.m.v. een e-mail of een tweet met de URL.

Bij de uitvoering blijkt dit ingewikkelder dan gedacht, want het is voor mensen onder de 18 niet mogelijk om fotoalbums te delen in het openbaar. Leerlingen moeten dus of liegen over hun leeftijd of iemand anders bereid vinden om de foto's in een album te plaatsen en te delen. Misschien biedt een Facebook-account voor de klas een uitkomst. Het twitteren en e-mailen van foto's is nl. niet handig bij deze opdracht, omdat de foto's van leerlingen voorzien moeten worden van commentaar, het leuk is als we (de overige leerlingen en ik) kunnen 'liken' en de foto's een serie vormen en dus bij elkaar horen in één album.
Sommigen is het dus gelukt om hun album met me te delen, en anderen nog niet. Dat moeten we dus nog even uitzoeken.

Evengoed. Ik ben met de leerlingen o.a. geweest bij de afvalwaterzuiveringsinstallatie in Alphen aan den Rijn en bij een ecologische boerderij in onze omgeving. Leerlingen konden de daar gemaakte foto's gebruiken voor deze opdracht, maar ook zelf in hun eigen omgeving 'iets' duurzaams vastleggen.

Hieronder een videoverslag van het bezoek aan de ecologische boerderij


maandag 27 augustus 2012

Twitter in de klas!


Komend schooljaar heb ik weer een groep 4-vmbo leerlingen voor het vak aardrijkskunde op het Ashram College. Na twee jaar ge-experimenteerd te hebben met Twitter en de eindexamenklas van het vmbo ga ik het komend schooljaar weer aan de slag met Twitter. 

Ik heb een speciaal (afgeschermd) account aangemaakt, zodat alleen mijn leerlingen dat kunnen volgen. Op een ander leerlingen account kunnen ze mij ook volgen, maar dit speciale account @4vmbo_ak gaat alleen maar over het curriculum en examenprogramma van aardrijkskunde. Via dit twitteraccount tweet ik tips, trucs en aantekeningen. Maar ook vragen, die de leerlingen kunnen beantwoorden. En daar zit de kracht van Twitter; leerlingen worden op deze manier actief betrokken in en buiten de les bij de lesinhoud.
De vragen gaan over de examenstof: #transport #natuurlijkehulpbronnen en #vakantiebestemmingen. Deze vragen stel ik bij voorkeur niet tijdens de les of schooluren, maar juist daarbuiten. Per periode ongeveer 15 a 20 vragen, om de leerlingen buiten de contacturen ook met het vak bezig te laten zijn. Dat kunnen ook berichten van bijvoorbeeld nu.nl zijn, waar ik vervolgens een vraag over stel of vragen over de film die we in de les hebben gezien of vragen over de excursie waar we zijn geweest.

De leerling die het eerst de vraag goed heeft beantwoord krijgt een punt. Deze punten tellen mee bij de afsluitende toets aan het eind van de periode. Op zo'n toets kunnen bijvoorbeeld 50 punten gehaald worden en als een leerling en 28 heeft en ook nog 4 twitterpunten, komt z'n score op de toets hoger uit dankzij de inspanning op twitter. Ik moedig de leerlingen aan om elkaar te volgen, omdat het ook vaak voorkomt dat een leerling het antwoord nog niet helemaal goed heeft en een ander dat als opstapje kan gebruiken naar het juiste antwoord. Ook kunnen leerlingen op deze manier van elkaar leren over de leerstof van aardrijkskunde, welke vervolgens ook op de toetsen (en examen) weer terugkomt.
Leerlingen zijn (niet altijd) allemaal enhousiast en gehaaid om punten te halen, maar de keuze om er enthousiast mee aan de gang te gaan ligt bij hen. De vragen geef ik een nummer, bijvoorbeeld 2.6 en dat is dan de 6e vraag uit periode 2 en de vragen krijgen een hashtag over het onderwerp. Leerlingen sturen een reply (daarom moeten ze me volgen, want ik volg hen niet) en moeten ook het nummer van de vraag toevoegen. Dit is handig voor mijn administratie.

Tijdens de diploma-uitreiking deel ik een certificaat uit aan de leerlingen die zich het meest hebben ingespannen en de meeste punten hebben gehaald. In schooljaar 2010-2011 waren dat Jorrit en Linda en in schooljaar 2011-2012 was dat Melanie.

dinsdag 21 april 2009

Didactiek & ICT congres

Samen met Guus Stolwijk en Juliette Karrer naar Ede afgereisd om in De Reehorst het Didactiek en ICT Congres van 2009 bij te wonen en mee te maken. De opening werd gedaan door trendwatcher Adjiedj Bakas, die m.n. op heel humoristische wijze inspeelde op de (on)mogelijkheden van de huidige recessie, welke volgens hem medio 2011 te einde zal zijn en dat wij met z’n allen in de tussentijd de broekriem strakker aan zullen moeten trekken.
Na deze centrale opening in de schouwburg van De Reehorst werden in carrousel in verschillende zalen sessies gehouden met natuurlijk als onderwerp ict en didactiek. Er waren vier rondes, waarvan één ronde gevuld werd met een lunchpauze, waarin ruimte was om een bezoekje te brengen aan de informatiemarkt. Voor mij was deze informatiemarkt niet zo interessant, daar ik alle standhouders al had gezien op de NOT (medio februari 2009) en de IPON (medio april 2009). Daarom heb ik stiekem een extra sessie gevolgd.
De deelnemers namens het Ashram College hebben geprobeerd om de deelname aan de sessies af te stemmen op elkaar, om te voorkomen dat we niet allemaal hetzelfde zouden gaan doen. De sessies die ik heb bezocht zijn:
- Beelden voor de Toekomst - In de Klas (Tom Brink – ED*IT) 
- Digiborden, wat kun je er nu echt mee? (Katinka v.d. Brink – TeleTOP e-learning) 
- Hoe maakt u een interactieve les? (Linda Humme - SMART) 
- Digitaal leermateriaal (Jan van Stormbroek – Kennisnet)

Beelden voor de Toekomst - in de Klas
ED*IT is een nieuw onderwijsplatform van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, en een samenwerkingsverband tussen vele andere aanbieders van betrouwbaar audiovisueel beeldmateriaal, wat via internet beschikbaar is (o.a. Teleblik,. Schooltv-beeldbank, Naturalis, de Publieke Omroep, Kennislink, Filmmuseum, verschillende andere musea en meer). Via de website van ED*IT kunnen docenten bronnen gecategoriseerd op niveau raadplegen. Deze bronnen opzoeken, bewerken en plakken in een persoonlijke map of eigen werkomgeving en zo een ‘les’ te maken (in SCORM-formaat, de lessenmaker van ED*IT) en in een ELO beschikbaar te stellen of een bronnendatabase te maken, die leerlingen kunnen raadplegen bij (verdieping van) lesstof of het maken van een praktische opdracht. Deze gemaakte lessen kunnen ook gedeeld worden met collega’s of geplaatst worden in de bronnenbak van ED*IT.
De website van ED*IT moet eind april/begin mei operationeel zijn en werkt al vanuit TeleTOP, wat zoveel betekent dat vanuit de zoekfunctie in de ELO de website van ED*IT geraadpleegd kan worden. Er is een aparte PO en VO versie en de versie voor het VO bevat uiteraard meer informatie en heeft meer mogelijkheden (o.a. werkstukmaker, presentatiemaker, fotomontage, video-editor etc.) Leerlingen maken hun werkstukken en andere praktische opdrachten dan dus online.
Het gebruik kost € 2,85 per leerling per twee jaar. Vanaf 1 mei kunnen docenten (scholen) meedraaien als testpiloot en Juliette heeft ons opgegeven en heeft meer digitale informatie. http://www.ed-it.nu
/

Digiborden, wat kun je er nu echt mee?
Katinka v.d. Brink (een didacticus) van TeleTOP is geen onbekende van mij. Zij zat bij mij in de pioniersgroep van SMART Certified Trainers en is dus ook gecertificeerd om trainingen te geven in de producten van SMART.
Vandaag ging het niet alleen over het SMART Board, maar over de mogelijkheden van digitale schoolborden in het algemeen. Eens te meer werd verteld dat een digitaal schoolbord vooral niet bedoelt is voor het af spelen van films of het presenteren van een Powerpoint-presentatie - dit zijn slechts extra mogelijkheden – maar vooral bedoelt om leerling actief bij de les te betrekken m.b.v. activerende didactiek, welke op een digitaal schoolbord heel goed mogelijk is.
Met behulp van het digitale schoolbord en de bijbehorende software kan de docent de leerstof anders aanbieden, door te oriënteren en te schematiseren (bijvoorbeeld door het aanbrengen van chronologie, mindmappen, samenvatten, structureren en brainstormen, om zo veel meer overzicht te creëren in de lesstof) en de docent kan de leerstof ook veel meer visualiseren en zo aan sluiten op verschillende leerstijlen.
Bij het maken en geven van de les is het noodzakelijk dat de leerlingen niet teveel afgeleid worden en zich vooral kunnen focussen op de leerinhoud. Een aantal tips kwamen naar voren, welke ik ook in mijn presentaties zal verwerken en door ga geven aan collega’s op de SMART Board sessies bij ons op school. Houd het eenvoudig en zorg voor rust, gebruik dan de presentatievorm ipv de opmaakvorm. Alles wat de docent zegt, hoeft niet op het bord en andersom! Gebruik zo veel mogelijk beeldmateriaal en bij tekst alleen de zgn. kernwoorden. http://www.digiborden.com


Hoe maakt u een interactieve les? Linda Humme is ook geen onbekende van mij. Zij is een basisschooldocente uit de buurt (Nieuwveen) en werkt part-time voor SMART om trainingen in het SMART Board en de bijbehorende software te geven, tevens verzorgt zij de website www.smartopschool.nl, waar zowel voor PO als voor VO veel lessen te vinden zijn. Vandaag ben ik ‘illegaal’ aangesloten, omdat ik de markt niet zo interessant vond, maar wel benieuwd was naar een sessie van Linda over ‘hoe een les interactief te maken’.
Er zijn drie typen van een digitale les, welke met het digi-bord gegeven kunnen worden: 
-  als instructie, een presentatie zoals Powerpoint. 
-  leerlingen naar het bord toe, alwaar zij actief deelnemen aan de klassikale les. 
- of, een les waarbij leerlingen zelfstandig in groepjes aan het bord werken. 

De eerste twee worden het meest gebruikt bij invulling van lessen voor het VO.
De voorbereiding (het van te voren maken) van een (interactieve) les voor het digitale schoolbord is meer dan het halve werk, zeker als deze les later ook nog gebruikt gaat worden. Linda geeft zeven tips voor het maken van een interactieve les: 
zorg dat alles klaar staat, 
zorg voor genoeg ruimte op de dia om ook nog aantekeningen te maken, 
maak koppelingen (naar internet, andere software etc.), 
gebruik animaties, maar nooit te veel, 
zet de antwoorden klaar (of het is zelfcorrigerend), zodat de leerlingen zelf aan het
werk kunnen, 
gebruik de bijlage (de paperclip-tab) voor een docentenhandleiding, 
zorg voor een evaluatie van de les (eventueel met de Senteo-stemkastjes). 
http://www.smartopschool.nl (bronnenforum en lessendatabank)
http://exchange.smarttech.com
/ (idem, maar dan de Canadese variant)

Digitaal leermateriaal
Een reactie op de opmerking van Plasterk, die aangaf dat een docent allen maar verteld wat in het boekje staat. Een docent doet en kan meer volgens Jan van Stormbroek (de voorzitter van mijn Kennisnet ambassadeursgroep). Digitaal lesmateriaal is meer dan een digitaal schoolboek. De docent kan het zelf ontwikkelen, maar er is al zo veel en er wordt al heel veel aangeboden, dat een docent al dat materiaal ook kan arrangeren, om een digitale les(senserie) te maken.
Internet is inmiddels een andere fase ingegaan (web 2.0) waarbij er niet alleen maar wesbites bezocht kunnen worden om informatie te verzamelen, maar een nieuw en ander gebruik van internet, waar iedereen de mogelijkheid heeft om wat te brengen en te halen. Denk aan community-websites, blogs, en verschillende forums waar iedereen zichzelf kan uitleven. Wikipedia is een goed voorbeeld van een onbetrouwbare bron (op sommige scholen verboden als bron), omdat iedereen een bijdrage kan en mag leveren en er daardoor dus veel onjuistheden en subjectieve informatie op te vinden is. Kennisnet informeert verschillende partijen (gebruikers en aanbieders) over het gebruik van standaarden in het onderwijs. Dit met als doel de beschikbaarheid en herbruikbaarheid van digitaal leer- en bronmateriaal te verbeteren.
Kennisnet biedt de mogelijkheid voor de docent om digitaal materiaal te verzamelen. Via Kennisnet zijn goede digitale materialen beschikbaar, ipv van het wereldwijde web, wat eigenlijk veel te veel informatie geeft, wat we vaak niet willen. Via Kennisnet wordt gebruik gemaakt van bijvoorbeeld Edurep (zit bij ons op school geïmplementeerd in TeleTOP), een route die veel betere informatie geeft bij een zoekopdracht dan het World Wide Web.
http://digitaalleermateriaal.kennisnet.nl
http://www.deonderwijsvernieuwingscooperatie.nl

Na de laatste sessie kregen we een nascholingscertificaat voor de deelname aan het Didactiek en ICT Congres 2009.